1.4 Late jaren
In de jaren 1672 en 1673 werd Utrecht bezet door het leger van Lodewijk XIV van Frankrijk (1638-1715). Voor de Utrechtse bevolking was het een zware tijd, die ook de familie Saftleven niet onberoerd liet. De Utrechtse regent Everard Booth (1638-1714) schreef op 20 oktober 1672 in zijn dagboek dat ‘de soon van den schilder Saftleven’ was opgepakt, nadat deze op het punt zou hebben gestaan om zijn degen te trekken tegen een hoge militair genaamd Monceaux.1 Vervolgens was deze zoon (Dirck of Hendrick) opgesloten ‘in een kelder, daer water in is van een leck secreet, ende niet als water ende broot te nuttigen gegeven.’ Een dag later werd een dochter van Saftleven (Levina of Sara) ontboden bij gouverneur Jean Baptiste Stoupa (1620-1692), die dreigde om haar broer samen met twee andere gevangenen op te hangen aan de galg.2 Alleen als ‘sij haer wilde laten gebruyken van monsr. Monceaux’ zou hij terstond worden vrijgelaten. Aan Booth, met wie zij hierover nog diezelfde dag sprak, wilde zij niet kwijt wie haar dit oneerbare voorstel gedaan had. Het voorval greep haar hoe dan ook zeer aan. Op 5 november kon Booth melden dat Saftlevens zoon was vrijgelaten, wat voor de familie een enorme opluchting moet zijn geweest.3
Op 1 augustus 1674 trok een zeer zware storm over het huidige Frankrijk, België, Nederland en Noord-Duitsland.4 Sterke rukwinden, onweersbuien, hevige regens en hagelbuien lieten een spoor van vernieling achter. Utrecht werd ’s avonds tussen zeven en half acht getroffen, met desastreuze gevolgen. Het schip van de Domkerk stortte in en beide torens van de Pieterskerk raakten dusdanig beschadigd dat ze enige tijd later werden afgebroken. Ook veel andere kerken, waaronder de Nicolaïkerk, de Buurkerk en de Jacobikerk, liepen schade op, evenals veel boerderijen buiten de stad.5
Van 1674 tot 1677 tekende Saftleven ruïnes binnen, maar ook buiten de stad waar in 1672 al veel gebouwen door plunderende Franse troepen waren verwoest. Dit zal de reden zijn dat bij en op sommige van de ruïnes, weergegeven op tekeningen met datering 1674, vrij grote planten groeien [67 en 68].6 Ruïnes komen al voor in Saftlevens italianiserende landschappen uit de eerste helft van de jaren 1630 [12, 14 en 15], maar die stonden los van de werkelijkheid.7

67
Herman Saftleven
Utrecht, de Gasthuissteeg bij het Heilige Kruisgasthuis, 1674 gedateerd
Utrecht, Het Utrechts Archief, inv./cat.nr. 30260

68
Herman Saftleven
Ruïnes van huizen buiten de Utrechtse Wittevrouwenpoort, 1674 gedateerd
Zeist, John and Marine van Vlissingen Foundation, inv./cat.nr. Atlas Munnicks van Cleeff, no. MCK/516
Een reeks van twintig ruïnetekeningen van de Domkerk en de Pieterskerk, compleet met titelblad en register, bevindt zich in Het Utrechts Archief.8 Een gezicht vanuit het middenschip van de Pieterskerk naar de Domkerk [69] is behalve de laatste tekening uit deze reeks ook het laatste waarheidsgetrouwe stadsgezicht dat van Saftleven bekend is. Hij maakte deze tekening ná de afbraak van de oude westgevel en kort vóór de bouw van de nieuwe westgevel van de Pieterskerk. Op het 28 juni 1677 gedateerde blad noteerde hij dat hij 68 jaar oud was.
In augustus 1682 verkocht Saftleven de gehele reeks voor tweehonderdvijftig gulden aan het Utrechtse stadsbestuur.9 Uit het feit dat de verkoop vijf jaar na de voltooiing van de reeks plaatsvond, kan worden geconcludeerd dat hij de tekeningen niet in opdracht van het stadsbestuur, maar op eigen initiatief had vervaardigd. Voor zover bekend heeft Saftleven na 1677 geen topografische tekeningen meer gemaakt. Naar de reden hiervan kunnen we slechts gissen. Mogelijk was hij in de loop van de jaren 1670 minder goed ter been geworden.
Zijn productie lijkt er in elk geval niet onder geleden te hebben. Zo vervaardigde hij in het begin van de jaren 1680 voor Agnes Block (1629-1704) – een welgestelde dame uit Amsterdam – talloze tekeningen van bloemen en planten [70 en 71]. Zij bezat een buitenplaats aan de Vecht in Nieuwersluis, Vijverhof geheten, waar zij bijzondere soorten kweekte. Aan verschillende kunstenaars, onder wie Saftleven, Johanna Helena Herolt (1668-na 1723) en de gebroeders Pieter (1654-1695) en Johannes Withoos (1656-1687/1688), gaf zij opdracht om deze in beeld te brengen. Saftlevens veelal op de dag gedateerde tekeningen van bloemen en planten zijn tussen 1680 en 1684 tot stand gekomen.10 Hij werkte dus tot op hoge leeftijd.

69
Herman Saftleven
De Domkerk te Utrecht gezien vanuit de geruïneerde Pieterskerk, 28 juni 1677 gedateerd
Utrecht, Het Utrechts Archief, inv./cat.nr. 28636

70
Herman Saftleven
Stokroos (Alcea rosea), 21 oktober 1682 gedateerd
Los Angeles (Californië), Malibu (Californië), J. Paul Getty Museum, inv./cat.nr. 2014.42

71
Herman Saftleven
Bloeiende vijgcactus, 20 september 1683 gedateerd
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. RP-T-1902-A-4578
Op de achterzijde van een 1684 gedateerd Rijnlandschapje [72], dat Saftleven voor Block maakte, schreef hij in een onvast handschrift: ‘nonne weert aen den Rijn Bij over winter is gescgildert van een man van 75 jaer 1684’. Hij heeft het gedeeltelijk in het district Oberwinter gelegen eiland Nonnenwerth in de Rijn ten zuidoosten van Bonn op zijn tekenreis in 1651 gezien. Op de achterzijde van het blad staat nóg een opschrift, dat echter niet van Saftleven, maar van Block is.11 Zij noteerde bijna hetzelfde als Saftleven, maar voegde hier zijn sterfjaar aan toe: ‘Nonnewaert aen den Ryn bij over winter, is gesgildert van Herman Saftleven out synde 75 jaer 1684 en Sterf 1685’.12
Ondanks zijn werkzaamheden voor Agnes Block was het met Saftlevens financiële situatie in zijn laatste levensjaren slecht gesteld. Na het overlijden van Anna Saftleven-van Vliet in januari 1684, zagen de Saftlevens zich genoodzaakt om hun ‘hof’ aan het begin van de Maliebaan te verkopen.13 Deze tuin, waarop inmiddels twee huisjes stonden, was nog door Anna’s moeder – Levina van Westhuysen – aangekocht.14 Na Hermans overlijden in januari 1685 werden het huis in Achter Sint Pieter en de bijbehorende boedel bij gerechtelijk decreet verkocht.15 Levina Saftleven, Sara Saftleven en haar echtgenoot Paulus Dalbach deden afstand van de opbrengst en van hun tegoed van de in 1679 overleden Dirck Saftleven, waaruit kan worden opgemaakt dat Hermans schulden hoger waren dan de opbrengst van de verkoop van het huis en de boedel. Uit het feit dat Hendrick Saftleven niet als erfgenaam wordt vermeld, zou met enige voorzichtigheid kunnen worden geconcludeerd dat ook hij inmiddels was overleden. Wél wordt Levina Saftleven genoemd, maar het is onbekend hoe het haar verder verging. Uit de boedel kochten Sara Saftleven en Paulus Dalbach voor vierhonderd gulden aan huisraad, meubelen, schilderijen en tekeningen.16 Herman Saftleven werd op 5 januari 1685 naast zijn vrouw begraven in de Buurkerk.17

72
Herman Saftleven
Rijnlandschap, 1684 gedateerd
Weimar, Stiftung Weimarer Klassik und Kunstsammlungen, inv./cat.nr. 29261
Notes
1 Grothe 1857, p. 45. Voor deze kwestie, zie ook pp. 46 en 54. Het originele dagboek van Everard Booth berust in Het Utrechts Archief en beslaat de periode juni 1672 tot januari 1675.
2 Grothe 1857, p. 45.
3 Grothe 1857, p. 54.
4 Over deze storm, zie: Kipp 1974A; Utrecht 1974; Buisman 1995-2019, dl. 4 (2000),1575-1675, pp. 666-677; Van der Schrier en Groenland 2007; Buisman 2011, pp. 167-170; Van der Schrier en Groenland 2017.
5 Zie bijvoorbeeld: RKDimages, nrs. 57194, 284796, 294289, 294271 en 294408.
6 Dit geldt ook voor de ruïne van het huis Soestbergen, die Saftleven kort na de storm van 1674 tekende. Zie hiervoor: Schoemaker 2011, p. 124; RKDimages, nrs. 224151, 224390 en 224396. Zie verder: RKDimages, nrs. 294086, 294094, 294191, 294376, 294290, 294287 en 294275.
7 Zie ook: RKDimages, nrs. 105692 (1633), 67156 (1633), 3435 (1634), 67139 (1634) en 308566 (ca. 1634).
8 Voor deze reeks, zie: Kipp 1974A; Utrecht 1974; Schulz 1982, pp. 64, 284-293, nrs. 593-614; Wilmer 2005, nrs. 219-220, 222-223, 225-226, 228-229, 230-235; Wilmer 2023, nrs. III, 158-159, 161-164, 166-171, 191; RKDimages, nr. 302874.
9 Kramm 1857-1864, dl. 5 (1861), pp. 1436-1437: ‘saftleven heeft deze teekeningen voor zich-zelven vervaardigd, en eerst acht jaren daarna zijn ze door de Regering der stad Utrecht van hem gekocht, blijkens het volgende Extract der Notulen van de Vroedschap der Stad Utrecht: “Maendaghs den 21 Augti. 1682. Weder voortgebracht synde d’ afteekeninge by den Constschilder herman saftleven gedaen van de Ruïne van de Domskerck, sulcx die in den jare 1674 door een orcaen is veroorsaeckt: heeft de Vroedschap, naer omvrage, de presentatie van dien geaccepteert, ende hem daer voor geaccordeert een somme van twee hondert en vijftich Guld.”’ Voor het titelblad en het register, zie: Schulz 1982, pp. 284-285, nrs. 593 en 594; Het Utrechts Archief, CB, nrs. 28623 en 28624. In de negentiende eeuw werd de reeks bewaard in het Stedelijk Museum van Oudheden, dat op de tweede verdieping van het stadhuis aan de Stadhuisbrug was ondergebracht. Voor dit museum, zie: Wilmer 1988.
10 Schulz 1982, pp. 95-101, 481-488, nrs. 1420-1446; RKDimages, nr. 302768.
11 Dit werd vastgesteld door Christoph Orth, conservator prenten en tekeningen van het museum in Weimar. E-mail Henriette Ward, Curator of Northern European Paintings and Drawings, The Fitzwilliam Museum, 23 maart 2023.
12 E-mail Henrietta Ward, 23 maart 2023.
13 Voor de begraafinschrijving van Anna van Vliet, zie: Het Utrechts Archief, Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen, toegangsnr. 711, inv. 126, p. 474, 21 januari 1684. Voor de verkoop van de hof, zie: Kipp 1974B, p. 29, 33, n 3. De hof werd op 10 maart 1684 en 29 mei 1684 in twee delen verkocht. Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, toegangsnr. 34-4, inv. 574, aktenr. 144 (not. D. Woertman), 10 maart 1684; aktenr. 145 (not. D. Woertman), 29 mei 1684.
14 Voor de aankoop van een stuk land bij de Maliebaan door Levina van Westhuysen, zie: Schoemaker 2022A, pp. 90, 99, n 34. Het Utrechts Archief, Stadsbestuur van Utrecht 1577-1795, toegangsnr. 702, inv. 1142-1, 4 januari 1638.
15 Kipp 1974B, pp. p. 29, 33, n 6. Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, toegangsnr. 34-4, inv. 640, aktenr. 278 (not. W. Zwaerdecroon), 20 oktober 1685.
16 Kipp 1974B, p. 29, 33, n 6. Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, toegangsnr. 34-4, inv. 640, aktenr. 278 (not. W. Zwaerdecroon), 20 oktober 1685.
17 Het Utrechts Archief, Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen, toegangsnr. 711, inv. 126, p. 530, 5 januari 1685.