1.2 Gezin, geloof en erkenning
In december 1639 kocht het echtpaar Saftleven van Godard van Reede een huis in Achter Sint Pieter.1 Het gaat om het huidige nummer 7, dat Herman en Anna waarschijnlijk daarvoor al van hem huurden [19].2 Hier zouden zij de rest van hun leven blijven wonen. Uit hun huwelijk kwamen zeven kinderen voort, waarvan vier de volwassen leeftijd bereikten: Dirck (1637-1679), Levina (1641-na 1685), Sara (1644-1702) en Hendrick (gest. 1684?). Van hen hadden Dirck en Sara ook artistieke aspiraties. Een ets van Herman Saftleven is gebaseerd op een onbekend, door Dirck in 1660 vervaardigd, portret van hem [20].3 Sara geniet enige bekendheid als tekenares van bloemen en planten [21 en 22].4 Zij trouwde driemaal: in 1671 met Jacob Broers (1646-1677), in 1679 met Paulus Dalbach (gest. 1691) en in 1693 met Jacob Ploos van Amstel (1630-1694), burgemeester van Naarden. In 1636 overleden twee kinderen van Herman en Anna Saftleven, waarvan één werd aangemerkt als slachtoffer van de pest.5 Tussen 1634 en 1638 bezweek ongeveer vijftien procent van de Utrechtse bevolking aan de gevolgen van deze gevreesde ziekte.6 Een derde kind stierf in 1642; alle drie werden begraven in de Buurkerk.7

19
Maite Meijlink
Achter Sint Pieter te Utrecht met rechts in de bocht nummer 7, 2022

20
Herman Saftleven naar Dirck Saftleven
Portret van Herman Saftleven (1609-1685), 1660 of 1661
Amsterdam, Rijksmuseum

21
Sara Saftleven
Rode anemoon
Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, inv./cat.nr. SS 1 (PK)

22
Sara Saftleven
Oost-Indische kers
Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, inv./cat.nr. SS 2 (PK)
Herman en Anna hingen het remonstrantse geloof aan, waarmee zij tot een kleine, maar invloedrijke, religieuze minderheid behoorden. Hun verbondenheid met het arminianisme blijkt onder meer uit hun beslissing om in 1636 behalve Levina van Westhuysen, die bekend stond als een felle voorvechtster van het remonstrantse geloof, ook de remonstrantse predikant Joannes Monachius (ca. 1597-1660) tot voogd over hun kinderen te benoemen.8 In 1637 volgde de aanstelling van Saftleven tot diaken van de Utrechtse remonstrantse gemeente, die samenkwam in een schuilkerk achter de Lange Rietsteeg (tegenwoordig Keizerstraat), waar Monachius sinds 1629 preekte.9 In respectievelijk 1641 en 1644 doopte laatstgenoemde hier Levina en Sara, de twee dochters van Herman en Anna Saftleven.10
Anna werd in februari 1643 aangenomen als aanwerpeling (lid voor half geld) van het Utrechtse goudsmidsgilde, waaruit kan worden afgeleid dat zij gouden en zilveren spullen verkocht.11 Mogelijk waren het haken en ogen, knopen, gespen en dergelijke, maar misschien ook kostbare voorwerpen zoals kandelaars en sieraden.
In de vroege jaren 1640 vervaardigde Saftleven verscheidene, relatief grote, landschappen met christelijke voorstellingen [23 en 24], waaronder ook Christus voorspelt de ondergang van Jeruzalem [25], een monumentaal schilderij dat deel uitmaakt van de collectie van het LVR-LandesMuseum Bonn.12 De voorstelling verwijst naar Mattheüs 23, vers 37: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar je toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild.’13 Christus en zijn twaalf discipelen die op enige afstand volgen, zijn vermoedelijk door een andere, onbekende, kunstenaar toegevoegd.14

23
Herman Saftleven
Riverlandschap (Jakob bij de Jabbok?), 1641 gedateerd
München, Alte Pinakothek, inv./cat.nr. 6361

24
Herman Saftleven
Chrisus preekt vanuit een boot, 1642 gedateerd
Edinburgh (stad, Schotland), National Galleries Scotland, inv./cat.nr. NG 1508

25
en Anoniem en Anonymous Herman Saftleven
Christus voorspelt de ondergang van Jeruzalem: 'hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild' (Matteüs 23:37; Lukas 13:34), 1641 gedateerd
Bonn, LVR-LandesMuseum Bonn, inv./cat.nr. 60.72
In Saftlevens landschappen uit de jaren 1640 [23-34] zien we invloeden van Alexander Keirincx (1600-1652) [24, 26, 27 en 30], Abraham Bloemaert [31] en – vanaf circa 1643 – van Jan Both (1615/1622-1652) [28, 32 en 33].15

26
Herman Saftleven
Bebost berglandschap met houthakkers, 1641 gedateerd
Wenen, Kunsthistorisches Museum, inv./cat.nr. GG 434

27
Herman Saftleven
Landschap met houthakkers en rivier in de bergen, ca. 1642
Wuppertal, Von der Heydt-Museum, inv./cat.nr. G 0953

28
Herman Saftleven
Berglandschap met houthakkers bij een hoge brug, 1643 gedateerd
Londen (Engeland), kunsthandel Rafael Valls Limited

29
Herman Saftleven
Berglandschap met reizigers, in de verte besneeuwde bergtoppen, 1643 gedateerd
Schloss Dyck (Jüchen), particuliere collectie Princess de Salm-Reifferscheidt-Dyck

30
en mogelijk Cornelis van Poelenburch Herman Saftleven
Bebost berglandschap met nimfen en een dansende sater, 1643 gedateerd
Braunschweig, Herzog Anton Ulrich-Museum, inv./cat.nr. 343

31
Herman Saftleven
Berglandschap met een rivier in een vallei, eerste helft jaren 1640
Londen (Engeland), kunsthandel Fergus Hall Master Paintings

32
Herman Saftleven
Berglandschap met rustende reizigers bij enkele berken, 1646 gedateerd
Private collection

33
Herman Saftleven
Bebost landschap met vijver en figuren, 1647 gedateerd
Wenen, particuliere collectie Johann Rudolf (Graf) Czernin von und zu Chudenitz, inv./cat.nr. 189

34
Herman Saftleven
Landschap met zwemmers bij een brug, 1649 gedateerd
Londen (Engeland), Amsterdam, kunsthandel Douwes Fine Art
Een portret van Saftleven [35] werd opgenomen in een boek met 75 kunstenaarsportretten, dat in 1649 onder de lange titel Image de divers hommes d’esprit sublime qui par leur art et science deburovent vivre eternellement et des quels la louange et renommée faict estonner le monde werd uitgegeven door de Antwerpse kunstenaar Joannes Meyssens (1612-1670).16 Het onderschrift bevestigt, dat Saftleven het schilderen van boereninterieurs inmiddels achter zich had gelaten en zich geheel toelegde op de verbeelding van landschappen. In hetzelfde onderschrift wordt de Antwerpse prentkunstenaar Coenraet Waumans (1619-1681) als vervaardiger van de ets vermeld, naar het voorbeeld van een geschilderd zelfportret van Saftleven. Dit laatste is niet erg waarschijnlijk, aangezien hij niet als portretkunstenaar bekend staat. Hoe het ook zij, uit de publicatie blijkt dat Saftleven inmiddels was toegetreden tot de galerij van belangrijke Utrechtse kunstenaars, waartoe ook Roelant Savery (1576-1639), Gerard van Honthorst (1592-1656) en Cornelis van Poelenburch behoorden.17

35
Coenraet Waumans naar Herman Saftleven uitgegeven door Joannes Meyssens
Portret van Herman Saftleven (1609-1685), 1649
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. RP-P-OB-61.270
Notes
1 Op een 1737 gedateerde tekening van de Keistraat door een anonieme kunstenaar uit de omgeving van Jan de Beijer (1703-1780) is achter een koets een gedeelte van het huis te zien (RKDimages, nr. 310351). Voor dit blad, zie Wilmer 2005, p. 332, no. 379. Voor foto’s van Achter Sint Pieter 7, zie: Het Utrechts Archief, Collectie Beeldmateriaal (CB), nrs. 51379, 51357, 903105, 903106 en 810890.
2 Bok 1997-1998, pp. 388-389, 440, n 9; Schoemaker 2022A, pp. 92-93, 101, n 52. Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, toegangsnr. 34-4, inv. U016a004 (not. W. Brecht), fol. 39r-39v, 8 april 1636.
3 Over deze prent schreef Joost van den Vondel (1587-1679) in 1661 het gedicht ‘Op d’afbeeldinge van Herman Zachtleven’. Zie hiervoor: Simons 1927-1937, dl. 9 (1936), 1660-1663, pp. 302-303.
4 Tot de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen behoren twee tekeningen van bloemen van haar hand (RKDimages, nrs. 309138 en 309139).
5 Schoemaker 2022A, pp. 93, 101, n 53. Het Utrechts Archief, Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop-, trouw- en begraafregisters, toegangsnr. 711, inv. 122, p. 208, begraafinschrijving 18 juli 1636; idem, p. 300, begraafinschrijving 14 november 1636 (overleden aan de pest).
6 Pietersma 2000, p. 266.
7 Schoemaker 2022A, pp. 93, 101, n 55. Het Utrechts Archief, Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop-, trouw- en begraafregisters, toegangsnr. 711, inv. 122, p. 657, begraafinschrijving 7 november 1642.
8 Schoemaker 2022A, pp. 95, 102, n 78. Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, toegangsnr. 34-4, inv. U016a004 (not. W. Brecht), fol. 39r-39v, 8 april 1636.
9 Schoemaker 2022A, pp. 95, 102, n 79. Het Utrechts Archief, Remonstrants gereformeerde gemeente te Utrecht, toegangsnr. 714-2, inv. 1, fol. 4v, 1637. Voor de Remonstrantse schuilkerk, zie: Evers 1933.
10 Schoemaker 2022A, pp. 95, 102, n 80. Het Utrechts Archief, Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen, toegangsnr. 711, inv. 23, p. 7, doopdatum 12 augustus 1641 (Levina); idem p. 24, doopdatum 26 mei 1644 (Sara).
11 Schoemaker 2022A, pp. 97, 102, n 89. HUA, gildeboek, BA I, inv. 128-1, fol. 7v: ‘Wij dekens inder tijt 1643 in febriwaris Jacob van Sevender ende Assuerus van Borculo hebben aengenomen als aenwerpelen Anna van Vliet huijssvrou van Sr Hermen Sachtleeven, mits haer reguleerende nade ordinancie op het stuck van kuer ofte alloij van alsulcke wercken als sij soude moogen verkoopen ofte verhandelen het sij van goudt ofte silver eens voor de somme van negen gl tien st.’ Met dank aan Janjaap Luijt, die de inschrijving in het gildeboek terugvond, 21 januari 2021.
12 Schoemaker 2022A, pp. 95-97, 102, n 81.
13 Zie: https://www.debijbel.nl. Vergelijk: Lucas 13, vers 34.
14 Schulz schreef de stoffage toe aan Cornelis van Poelenburch. Nicolette Sluijter-Seijffert is het hier echter niet mee eens: ‘The stately figures in long robes in no way resemble Poelenburch’s round, lively figures.’ Zie: Sluijter-Seijffert 2016, p. 199, n 234.
15 Voor de ontwikkeling van Herman Saftlevens kunst tot 1650 en de beïnvloeding door Keirincx, Bloemaert, Both en anderen, zie ook: Nieuwstraten 1965.
16 Meysens 1649.
17 Zie: Meysens 1649; RKDimages, nrs. 240095, 293540 en 243097.